Een carpaal tunnel syndroom is een inklemming van een zenuw (n.medianus) in de carpale tunnel in de pols. Irritatie van de zenuw veroorzaakt tinteling, pijn, een dof gevoel en/of stijfheid in de eerste 3 vingers. Na verloop van tijd kan de patiënt spierverval waarnemen in de duimspieren en krachtverlies ervaren in duim en/of vingers. Vaak wordt u ‘s nachts wakker van de pijn.

Klachten:
De klachten bestaan uit tintelingen, dof of doodsgevoel, stijfheid en/of pijn in de handpalm en eerste 3 vingers. Vaak ook met krachtsverlies.

Diagnose:
De diagnose gebeurt meestal aan de hand van de anamnese en onderzoek. Vaak ondersteunt door een spieronderzoek (=EMG) om zo de prikkelgeleidingstijden van de aangedane zenuw te bepalen ter bevestiging van de diagnose CTS.

Behandeling:
De behandeling bestaat uit tractie met het phystrac tractie-apparaat, mobilisatie, stabilisatie en tapen van de pols. ’s Nachts is het dragen van een brace/spalk een goede ondersteuning van de therapie. [foto phystrac TE 10]

Door deze behandeling geeft het carpaal ligament minder druk op de structuren in de carpale tunnel en vermindert hierdoor de druk op de ingeklemde zenuw. Klinische ervaring toont dat 80% van de patiënten in 8 behandelingen klachtenvrij is.
Indien dit niet het gewenste effect heeft, is een injectie met corticosteroïden een mogelijk alternatief. Bij klachten die helemaal niet verminderen is een operatie vaak noodzakelijk.