De ziekte van Dupuytren (koetsiershand) is een fibromatose van de peesplaat van de handpalm en vingers. Hierbij ontstaan harde knobbels in de handpalm en vingers, die zich zullen uitbreiden tot bindweefselstrengen (een soort littekenweefsel). Dit leidt uiteindelijk tot verkromming van de vingers. Maar ook de gewrichtskapsels kunnen verschrompelen als de verkrommingen langdurig zijn.

Het is op dit moment nog niet precies bekend hoe de aandoening ontstaat. Naast genetische factoren spelen het gebruik van alcohol, roken, zware handenarbeid, epilepsie en/of suikerziekte wel een rol bij het ontstaan. De ziekte is familiair. Wanneer iemand in een familie de aandoening heeft, is de kans dat iemand anders uit dezelfde familie dit ook krijgt groter. Erfelijkheid is echter niet bewezen.

De aandoening begint meestal aan de pink en ringvinger en breidt zich daarna uit richting duim. Het verloop is zeer grillig en onvoorspelbaar. Dit geldt zowel voor de ontwikkelsnelheid, als voor de ondervonden hinder.

Klachten:
Aanvankelijk merkt u dat er pijnlijke verdikkingen optreden in de handpalm of aan de buigzijde van de vingers. Uiteindelijk worden dit strengen. De gewrichten tussen middenhandsbeentjes en vingers worden stijver, waardoor de vingers niet goed meer gestrekt kunnen worden.

Diagnose:
Deze wordt puur op het klinisch beeld vastgesteld.

Behandeling:
Bij beginnende contractuurvorming, het kromtrekken van de vingers, brengt handtherapie (rekkingstechnieken, massagetherapie) vaak uitkomst. Ook een spalk helpt! Uiteindelijk is vaak een operatie nodig om de bindweefselstrengen te verwijderen, zodat vingers en handen weer recht gemaakt kunnen worden. Deze operatie wordt dan weer gevolgd door intensieve handtherapie voor een langere periode.